EU klimaatbeleid 2040, Artikel 6 credits en de nieuwe SBTi draft: wat bedrijven nu moeten weten
De Europese klimaatagenda staat opnieuw in het teken van aanscherping. Tussen 2030 en 2050 ligt een cruciale periode waarin beleid, marktinitiatieven en internationale afspraken samenkomen. Drie recente ontwikkelingen springen eruit: het voorgestelde 90 procent reductiedoel voor 2040, de beperkte maar strategische toelating van internationale CO2 credits onder Artikel 6 van het Akkoord van Parijs, en de nieuwe conceptversie van de SBTi Corporate Net Zero Standard. In dit artikel zetten we deze ontwikkelingen helder op een rij en schetsen we de belangrijkste implicaties voor bedrijven die hun klimaatstrategie willen future proofen.
1. Het voorgestelde EU doel van 90 procent emissiereductie in 2040
De EU bouwt voort op de bestaande klimaatwet met minimaal 55 procent reductie in 2030 en volledige klimaatneutraliteit in 2050. Als logische tussenstap heeft de Europese Commissie voorgesteld om in 2040 90 procent minder uitstoot te realiseren vergeleken met 1990. Raad en Parlement hebben zich daar inmiddels politiek achter geschaard. Het doel moet de transitie richting 2050 voorspelbaar en investeerbaar maken.
In de laatste politieke overeenkomst is ruimte ontstaan voor een beperkte flexibiliteit met internationale credits. Waar het initiële voorstel uitging van maximaal 3 procentpunt, ligt er nu een compromis dat tot 5 procentpunt van het 2040 doel mag worden ingevuld met internationale CO2 reducties onder Artikel 6. Die credits mogen pas vanaf 2036 worden ingezet en alleen onder strenge voorwaarden. De hoofdregel blijft dat minimaal ongeveer 85 procent van alle emissiereductie binnen de EU zelf moet plaatsvinden.
Voor bedrijven betekent dit dat de Europese reductieroute naar 2040 aanzienlijk steiler wordt. Sectoren die sterk afhankelijk zijn van fossiele processen zoals zware industrie, luchtvaart en transport zullen eerder en dieper moeten decarboniseren. In de praktijk vraagt dit om lange termijn beslissingen, versneld elektrificeren, contracteren van hernieuwbare energie, investeren in procesinnovatie en werken met gestructureerde transitieplannen. Bedrijven die tijdig investeren in duidelijke scenario’s en auditklare data houden controle over hun transitiepad.
2. Artikel 6 credits: beperkte maar strategische rol
Artikel 6 van het Akkoord van Parijs maakt internationale samenwerking mogelijk via gecertificeerde emissiereducties, mits dubbele boekhouding wordt voorkomen en projecten aantoonbaar additioneel zijn. Deze ‘internationally transferred mitigation outcomes’ worden wereldwijd steeds belangrijker.
In de EU context zijn deze credits geen onderdeel van ETS 1 of ETS 2. Ze zijn bedoeld als flexoptie voor de EU doelen zelf en niet als compliance instrument voor bedrijven binnen het emissiehandelssysteem. Lidstaten of de EU kunnen ze vanaf 2036 inzetten om een klein deel van het pad naar 2040 aan te vullen. De eisen zijn streng. Transparante boekhouding, corresponderende aanpassingen in het land van herkomst, additionele klimaatwinst en onafhankelijke verificatie zijn verplicht.
Voor multinationals heeft dit twee gevolgen. Vrijwillige CO2 projecten moeten in toenemende mate voldoen aan Paris proof integriteitscriteria. Bedrijven die credits gebruiken in hun eigen net zero strategie moeten zich voorbereiden op due diligence, traceerbaarheid en transparante rapportage. Daarnaast geldt dat internationale credits hooguit een aanvullend element zijn in een bredere klimaatstrategie. De Europese lijn blijft dat eigen reductie centraal staat en compensatie aanvullend is.
3. De nieuwe SBTi Corporate Net Zero draft: scherper, specifieker en beter aansluitend op CSRD
De Science Based Targets initiative heeft in 2025 een nieuwe conceptversie van de Corporate Net Zero Standard gepubliceerd. Deze draft is een van de meest invloedrijke internationale kaders voor bedrijven die richting 2050 klimaatneutraal willen worden.
Scope 1 en 2
De draft verhoogt de eisen voor emissiereductie en voor het gebruik van schone elektriciteit richting 2040. Daarmee sluit de standaard duidelijker aan op mondiale 1,5 graad scenario’s.
Scope 3
Waar de vorige standaard werkte met vaste dekkingspercentages, introduceert de nieuwe draft meer flexibiliteit. Grote bedrijven moeten substantiële Scope 3 doelen formuleren, maar krijgen meer ruimte om te focussen op de meest materiële emissiebronnen of op strategieën zoals groene inkoop. Dit helpt bedrijven met complexe ketens om realistischer en toch ambitieus te sturen.
Offsets en BVCM
SBTi blijft bij het principe dat offsetgebruik niet is toegestaan om science based targets te behalen. Offsets zijn alleen toegestaan voor residuele emissies op het net zero moment en voor Beyond Value Chain Mitigation. Dat sluit aan bij de Europese koers waarin reductie altijd prioriteit heeft.
Governance en rapportage
De draft vraagt bedrijven om binnen 12 maanden na validatie een transitieplan te publiceren. Dat versterkt de nadruk op datakwaliteit, traceerbaarheid en consistente voortgangsrapportages. Daarmee groeit de samenhang met de CSRD. Bedrijven die hun SBTi proces goed inrichten bouwen automatisch een stevige basis voor CSRD rapportage en toekomstige assurance.
Conclusie
De combinatie van een ambitieus EU doel voor 2040, een gecontroleerde rol voor internationale credits en een vernieuwde SBTi standaard laat zien dat klimaatbeleid steeds meer verweven raakt met bedrijfsstrategie, risicobeheer en investeringsplanning. Bedrijven die nu inzetten op duidelijke routekaarten, consistente emissiedata, sterke governance en een koppeling tussen strategische doelen en uitvoering bouwen een toekomstbestendige positie op.
De richting is duidelijk. De transitie versnelt en organisaties die voorbereid zijn plukken straks de vruchten.
Bronnen
EU Commissie 2040 Climate Target
Raad van de EU en Europees Parlement politieke overeenkomst 90 procent doel
UNFCCC Artikel 6 guidance
EU ETS 2 documentatie
SBTi Corporate Net Zero Standard Draft 2025 consultatieversies
Wilt u meer weten? Neem contact op met Kroll SR.