Waarom je ketenpartners in 2026 moet vragen om locatiespecifieke emissiedata

Waarom je ketenpartners in 2026 moet vragen om locatiespecifieke emissiedata

Michiel Kemmer
Michiel Kemmer 15 januari 2026

Waarom je ketenpartners in 2026 moet gaan vragen om locatie specifieke primaire emissiedata.

Dit is een gevoelig onderwerp. Een toeleverancier met meerdere productielocaties zal niet staan juichen als jij vraagt om emissiedata per locatie. Het maakt prestaties zichtbaar, en zichtbaar betekent vergelijkbaar, en vergelijkbaar betekent druk. Dus, moet je ketenpartners vragen om locatiespecifieke primaire emissiedata?

Mijn antwoord: ja, en je moet ermee beginnen in 2026. Niet omdat je van “meer data” houdt, maar omdat je anders in de praktijk geen serieuze reductie kunt afdwingen, geen geloofwaardige keuzes kunt maken en straks met een assurance-vraagstuk blijft zitten dat je niet kunt oplossen.

Waarom locatie specifieke primaire data je enige echte hefboom is

Als je Scope 3 vooral zit in categorie 1 (ingekochte goederen en diensten), dan is de ongemakkelijke waarheid: je koopt je emissies in. En dan is “gemiddelde data” vooral een manier om je eigen besluitvorming te verdoven.

Die scherpte is precies waarom leveranciers huiverig zijn. Maar dat is ook precies waarom jij het moet vragen.

Hoe je dit vraagt zonder je relatie te slopen

De fout die ik vaak zie: bedrijven vragen “alle data”, zonder doel, zonder bescherming, en zonder iets terug te geven. Dan voelt het als een audit, niet als samenwerking.

Een betere aanpak:

Van gesprek naar resultaat: vijf concrete instrumenten

Het gesprek gaat uiteindelijk over pijnpunten en kosten van emissiereductie. Als één locatie minder budget of minder technische ruimte heeft, wordt het lastig. Juist daarom wil je locatie-inzicht: anders praat je langs elkaar heen.

Hier is een spectrum dat in de praktijk werkt:

  1. Leg het vast in het inkoopcontract
    Neem op: minimale datavereisten (bijvoorbeeld jaarlijkse emissie-informatie per productgroep en locatie-attributie waar relevant), een reductietijdlijn, en een verbeterplan. Maak het meetbaar en toetsbaar, anders blijft het intentie.
  2. Reserveer interne capaciteit voor echte supplier engagement
    Zonder eigenaar, zonder procurement, zonder finance, zonder operations, blijft het een Excel-oefening.
  3. Maak het financieel en operationeel aantrekkelijk
    Denk aan preferred supplier status, meerjarige volume-commitments, of co-financiering van metingen en quick wins (energie-efficiëntie, brandstofswitch, procesoptimalisatie). Dit is de kern: je vraagt iets gevoeligs, dus je moet ook iets bieden.
  4. Standardiseer de datavraag, en maak uitwisseling schaalbaar
    Gebruik één template, één definitieset, één control-logica. Als jij professioneel en voorspelbaar vraagt, wordt het voor leveranciers minder “maatwerkstress” en meer routine.
  5. Richt een “assurance-ready” spoor in, ook als je nog niet hoeft
    Concurrenten signaleren al dat je een jaar vooraf een soort dry-run wil doen om datastromen end-to-end te testen.
    Dat is geen bureaucratie. Dat is voorkomen dat je in 2026 ontdekt dat niemand kan uitleggen waar cijfers vandaan komen.

De professionele maar scherpe conclusie

In 2026 is locatiespecifieke primaire emissiedata vragen niet “ambitieus”. Het is baseline volwassen ketensturing. Als je het niet vraagt, kies je impliciet voor sturen op gemiddelden. En sturen op gemiddelden is prima om een rapport te vullen, maar onvoldoende om emissies daadwerkelijk omlaag te krijgen.

Wil je dat je Scope 3 inkoopcategorieën in 2026 meer zijn dan een boekhoudkundige schatting, dan begint het echte werk bij één ongemakkelijke vraag aan je leverancier: welke locatie hoort bij welke uitstoot, en wat gaan we eraan doen?

Wilt u meer weten? Neem contact op met Kroll SR.